Een kamp is meer dan een aaneenschakeling van leuke en aantrekkelijke activiteiten, meer dan een aantal maaltijden en enkele nachten slapen. In een kamp worden ervaringen opgedaan. Kinderen ontmoeten andere kinderen in een totaal andere sfeer dan zij thuis, op club of op school gewend zijn. In een kamp ontmoet je anderen, zie je anderen spelen, anderen lachen, anderen boos worden. Je moet gaan delen, aan tafel, het speelterrein, je privacy. Je moet je wassen en je uitkleden met anderen erbij, je maakt emoties mee met en van anderen.
Kortom, in een kamp leren kinderen van elkaar. Hier maak je veel pret, maar je komt ook jezelf tegen. Kinderen zetten hun eigen regels af tegen die van anderen, ze kijken hoe ver ze kunnen gaan, maar ook in hoeverre ze de ander tegemoet moeten komen. Ze gaan vaak voor het eerst in hun leven zelf met geld om, ze moeten hun eigen kleding in de gaten houden en bepalen wanneer ze iets en wat ze schoon aan willen trekken. Hier zijn geen pa en ma die zeggen wat je wel moet en niet hoeft te eten. Hier gelden andere regels en hoe de volwassenen daarmee omgaan, is onbekend.
Naast het opdoen van al deze specifieke ervaringen is ook de fysieke kant van invloed. Kinderen gaan later naar bed dan gewoonlijk en zij zijn de gehele dag in touw met meer of minder inspannende activiteiten. Alles bij elkaar maakt dit een kamp tot een enerverende aangelegenheid en een heel bijzondere belevenis.